Van regen naar sneeuw: de start van een nieuw skiseizoen

Tags

, , , , , , , ,

Reeds enkele jaren slagen we erin het eerste weekend van December leuke skicondities te vinden in de Alpen. Over 2012 kan je hier lezen en vorig jaar zag het er in de Queyras zo uit. Omdat 3x scheepsrecht is plaatsten Frank, Sam, Tim, Dirk en ik ook dit jaar vol goede moed een groot kruis in onze agenda.

Vol goede moed op weg

Vol goede moed op weg

Na al wat eerste sneeuw en positieve berichten van Tim in de Alpen bleek het een week voor ons vertrek wel erg warm te zijn in de Zuidalpen. Zo warm zelfs dat er twijfel begon te ontstaan. Gaan we wel vertrekken? Gaat het de moeite zijn?
Dirk H koos eieren voor zijn geld en besloot zijn vrije tijd aan een beter skiweekend op te offeren.

We besloten om toch met 4 door te zetten en vertrokken met de mobilhome richting Andermatt.

Op pad boven de Oberalppas

Op pad boven de Oberalppas

Ons idee om vanuit de vallei te vertrekken liep al snel letterlijk in het water. De sneeuwgrens begon pas zo een 300hm hoger. Gelukkig bood het treintje dat over de Oberalppas rijdt de oplossing. Een half uurtje later konden we uitstappen op 2200m in een witte wereld. Ook al was het zicht (en de sneeuw) niet top, met hulp van de vuurtoren zouden we altijd veilig beneden moeten geraken ;-)

De eerste tour van het skiseizoen zal hopelijk niet onze beste worden, maar alle hoogtemeters die we maakten beschouwden we maar als training.

Na wat getreuzel besloten we door te rijden naar de Queyras, waar Tim een week eerder prachtig had kunnen skiën. Nadat we heel Ticino en half Italië doorkruist hadden reden we terug Frankrijk binnen. De ochtend nadien bleek dit het uitzicht te zijn:

Col d'Agnel

De sneeuw twijfelde nog een beetje op de Col d’Agnel

Hmm, gelukkig zagen de noordwanden er minder bruin uit. Wat smeltwater later waren we op weg.

*plets, plons*

*plets, plons*

Na een uurtje touren kwamen we dichter en dichter bij een couloir dat we vorig jaar als eens wouden skiën. Toen kwamen we van de andere kant, maar was alle sneeuw weggeblazen.

Op weg naar de Couloir Nord du

Op weg naar de Couloir Nord du Château Renard

Dit jaar lag er nergens veel, maar wel meer dan genoeg in het couloir. Omhoog dus maar!

En even later weer naar beneden…

Tim Vanhoutteghem in actie

Tim Vanhoutteghem in actie

Je zou bijna denken dat het diepe poeder was.

Je zou bijna denken dat het diepe poeder was.

Bijna beneden

Bijna  terug beneden

De volgende dag was de motivatie opeens ver weg. Zou de gietende regen daar iets mee te maken gehad hebben? Wij vonden het in ieder geval genoeg en vertrokken terug richting België.

Op naar de volgende sneeuwrijke bestemming!

 

Bedankt aan onderstaande topmerken:

SupportSam

Canadian Ice

Tags

, , , , , , , , , ,

“Hey guys, do you need help with that?”

It’s only the sixth Canadian offering to help us while we push our car into a snow covered parking spot. “I guess it’s true what they say aboot them Canadians, Eeh?”  Keenan mocks.

It was only the beginning of a very deranged night out in Banff to celebrate the end of our ice crush fest in Alberta, Canada. As we agreed  what happened that night would stay in Canada, I’d rather just tell you the story of eight days of screaming barfies, frozen canyons and ice… Ice everywhere!

Mt. Chephren with the majestic "Wild thing"

Mt. Chephren with the majestic “Wild thing” – Icefield Parkway

Dave had to leave to New York for thanksgiving so he flew in to Calgary where we planned to pick him up. After some struggle at the border –the customs lady genuinely thought I was stoned – we arrived at the airport just under 2 hours late. Two hours of driving later, we crawled into our sleeping bags on the Canadian Alpine Club House parking lot and set to climb the next day.

Urs Falls: Up up and away!

Urs Falls: Up up and away!

After some looking around for routes in condition we set goal for Urs falls. A big route with lots of small ice-steps (10-20m) in a mighty canyon that we all soloed up. As the last pitch was steeper, we all took a lap on it before going down. All in all not a bad start of the ice season!

Urs Falls, Canyoning at its best!

Urs Falls, Canyoning at its best!

Waiting in line for the last pitch.

Waiting in line for the last pitch.

We stayed the night at the Rampart Creek hostel amidst the baffling mountains of the Icefield Parkway. After driving south – quote Dave: “I’m absolutely sure the route is south of the hostel!” –we realized we had walked up the wrong gully, got back in the car, and drove north of the hostel to find the actual “Polar Circus”. We had a bit of a late start so we soloed the whole thing as well- only to find that there was not enough time to climb the steeper last couple of pitches. Too bad, cause they looked pretty stellar!

Kurt soloing part of the upper pitches on Polar Circus

Kurt soloing part of the upper pitches on Polar Circus

Luckily we didn’t have to sleep outside or in a hyper warm bunk anymore, as we joined the rest of the team in a cozy condo we rented in Canmore.

Drying gear in the condo

Drying gear in the condo

Next day Keenan and I set out for Professor falls. Dave and Kurt went out for a rather long approach to Sacre Bleu. After soloing the first pitches we decided it would be safer to get the ropes out. At the bottom of the last steep pitch we had a nice chat with a team of Canadians. We took our time going down, hoping to find Kurt and Dave waiting for us at the car. Sadly they weren’t there yet and it took us 2 hours of freezing in the car before we realized we were parked right under a warm and welcoming pub. A pitcher of beer later Kurt and Dave popped up out of the darkness of the trail head and we headed back for some well-deserved dinner in the condo.

Approaching Professor falls

Approaching Professor falls

Keenan on the last pitch of Professor falls

Keenan on the last pitch of Professor falls

After a rest day Dave, Keenan and Kurt set out to try Asteroid alley on Mt. Andromeda only to get turned back by a large “WHOOMP” and shooting cracks in the snow. Avalanche danger was pretty high apparently. I set out with Jason, Jakob and Kirill to get a move on Murchison falls.

Murchison falls

Murchison falls

A late start and some very technical climbing (chandeliers and cauliflowers made it hard to place both tools and screws) had us up under the third and fourth pitch way too late. Not too bad, as they looked like horror anyway.

Jason seconding on the second pitch of Murchison

Jason seconding on the second pitch of Murchison

Then the weather changed. From a nice -5˚ to -10˚C (23˚ to 14˚F) we suddenly got a lot of snowfall (non-stop for about two days) and temperatures dropped till -30˚C (-25˚F)! Some drytooling in a crag and a day of skiing made for a nice change of pace. How amazing to ski the first powder of the season in the Canadian Rockies!

Jason setting off towards the big tyre

Jason setting off towards the big tyre

Last but not least Keenan, Kurt and I drove up to Field, some twenty miles into British Columbia, where about half of the houses in the little town are hostels, hotels or pubs. The mountains rising up above the town accommodate some nice climbing on the “Beer falls”. We decided to get a go on the semi-avalanche-safe Carslberg Column. A short hike through a fairy tale, snow covered forest lead us to the base of the route. Despite the low temperatures, the second pitch was pretty wet, and the snowplowing up above the last pitch made for a cold and wet descent. But we were happy to have squeezed in a last climb!

Fairy tale forest

Fairy tale forest

As mentioned before, that night we went partying in Banff… All I can say is that some soldiers were left behind, only to be picked up the next morning. Well, everybody got back safe and sound at some point!

Fun at the belay!

Fun at the belay!

As my last month of US has kicked I am looking for a crew to join me on a winter-ascent in Yosemite, but for some reason people think that a big wall in winter is too much of a suffer fest… There’s always the Bozeman Ice-fest as a backup plan, so you’ll hear from me sooner or later!

Thanks for reading, and many thanks to the sponsors:

LogoK2-180julbo

Many thanks to CU-Alpine club for the condo!

Lezingen The Moonflower Testpiece

Tags

, ,

Deze wintermaanden geven Sam en Maxime een 5 tal lezingen over hun avonturen van afgelopen jaar. K2 bijt op 13 december de spits af. De exacte locatie en uren van de andere voorstellingen maken we zo snel mogelijk bekend maar zo weten jullie al welke avond je best vrij houdt. Kom zeker eens kijken!

Zaterdag 13/12 20u: K2-DeKampeerder, Frankrijklei 109, Antwerpen https://www.facebook.com/events/743348595760126/ Sam en Max1 Vrijdag 09/01: Hemiksem

Vrijdag 27/02: Kortenberg

Zaterdag 28/02: Bornem

Donderdag 26/03: Gent

Teaser The Moonflower Testpiece

Tags

, , , , , , , , ,

Zoals je op de blog kon lezen vertoefde Maxime en Sam afgelopen voorjaar in Alaska. Net als bij voorgaande expedities wordt ook van deze trip een film gemaakt. Het eindresultaat zal nog meerdere maanden op zich laten wachten maar hier is alvast de trailer.

Deze winter geven Maxime en Sam enkele lezingen, daarover binnenkort meer.

 

De blog artikels kan je hier nalezen:

Go Big in Alaska! Mt Hunter, Moonflower Buttress.

Alaska 2014 Part 1: Southwestfork acclimatization climb

Alaska 2014 Part 2: The Moonflower Buttress, Mt Hunter

Alaska 2014 Part 3: A slog on North Americas highest peak

 

De expeditie was mogelijk dankzij de hulp van:

Back in Orco!

Exact een jaar geleden trok MC5 er met Arne Monstrey op uit naar Valle dell’Orco om daar zoveel mogelijk meters te klimmen op heerlijke graniet, perfect af te zekeren met nuts en friends. Dat viel zelfs zo hard in de smaak, dat MC5 besloot dat dit jaar nog eens te doen. Niels Willaert kon wegens verplichtingen niet mee, en zo kropen Jeroen De Mey, Kristof Buyse, Friedemann Koch, Sebastiaan Verbeke, Lander Beckers (MC4) en ikzelf (Denis Hoste) vrijdag 24/10 laat in de auto om de nacht door te rijden en de zaterdag om 8u ’s ochtends onze wagens aan de beroemde Fessura Kosterlitz te parkeren. Die hadden we vorig jaar al geklommen, dus na even te slapen in de auto’s staan we om 12u ’s middags op om ook de eerste dag al wat te klimmen. We gaan naar een single pitch gebiedje genaamd Droide, waarvan na de aanloop bleek dat helaas vele trad lijnen behaakt waren. We hadden toch ons metaal mee en kropen gewoon in de lijnen die we zelf konden afzekeren. Ondanks de soms overtollige haken in routes die perfect zelf af te zekeren zijn, zeker een aan te raden sector. Enkel de chauffeurs gaan naar Droide, onze benjamins Sebastiaan en Lander hebben heel de rit kunnen slapen in de auto en gaan al meteen de eerste dag multipitchen en hun cruxlengte in Totem Bianco blijkt meteen een beauty.

Friedemann in Droide

Friedemann is blij het einde van de diedre bereikt te hebben in Droide

Denis in de prachtige barst Las'Landra

Denis in de prachtige barst Las’Landra

Die avond merken we dat het redelijk koud wordt in de vallei eens de zon ondergaat, maar gelukkig hebben we genoeg kaarsen en donsjassen mee om ons van de vrieskou niets aan te trekken. Het wildkamperen geeft een extra dimensie aan de trip: overdag rijten we de handen open op de graniet, ’s avonds genieten we na met al dan niet zelf gebrouwen bier en plannen maken voor de volgende dag onder een prachtige sterrenhemel.

Prachtige sterrenhemel

Prachtige sterrenhemel

Gezellig wildkamperen

Gezellig wildkamperen

Na dat eerste dagje single-pitchen in Droide, wordt het tijd voor het echte werk en kruipen we in de langere routes. De cordées blijven doorheen de week zowat merendeels dezelfde, en volgende routes worden geklommen:

Dag 1:
single-pitchen op Droide
Sebastiaan & Lander: Parete del Disertore, Totem Bianco (6c+ max)

Dag 2:
Denis & Friedemann: Sergent, Bertotti-Palmisano (6b+ max)
Jeroen & Kristof: Sergent, Crollo dell’ Impero Nero (6b+ max)
Sebastiaan & Lander: Sergent, Jedi-Master (6c+ max), niet volledig, teruggekeerd

Jeroen in Crollo dell’ Impero Nero

Jeroen in een dallige dulfer in Crollo dell’ Impero Nero

Denis in een dakbarst in Bertotti-Palmisano

Denis in een dakbarst in Bertotti-Palmisano

Dag 3:
Denis & Friedemann: Caporal, Diedro Nanchez (6b max)
Jeroen & Kristof: Il Volo Del Gipeto, (6b max)
Sebastiaan & Lander: Sole D’Autunno (6b+ max)

Sebastiaan en Lander toppen uit op Solo d'Autunno

Sebastiaan en Lander toppen uit op Solo d’Autunno

Denis in Diedro Nanchez

Denis met al wat gaz onder hem in Diedro Nanchez

Dag 4:
Het was wat kouder de vorige nacht en we moesten wat extra alcohol drinken om warm te blijven. Veel topo-lezen komt er niet aan te pas en niemand heeft er precies een probleem mee om eens wat uit te slapen. We gaan opnieuw een dagje single-pitchen, met een zwaar hoofd van de avond voordien. ’t Is à l’aise à la falaise, en dat moet ook eens kunnen.

Dag 5:
Denis & Jeroen: Sergent, Nulla Sfugge (6a+ max) en Sorci Verde (6c+ max)
Friedemann & Kristof: Sergent, Nulla Sfugge (6a+ max) en deels Sorci Verde
Sebastiaan & Lander: Diritto All’ozio (6c max)

Past'em?

Past’em?

Dag 6:
Denis & Friedemann: Torre di Aimonin, Oui On Dance Le Roc (6c max) en opnieuw Sorci Verde (6c+ max) want Friedemann had de cruxlengte nog niet gedaan en Denis wou er opnieuw in.
Jeroen & Kristof: Diritto All’ozio (6c max)
Sebastiaan & Lander: Caporal, Diedro Nanchez (teruggekeerd)

Kristof in Diritto All’ozio

Kristof in Diritto All’ozio

Na 6 heerlijke klimdagen zit de trip er voor enkelen al op, na een lekkere Italiaanse pizza te gaan eten en eindelijk nog eens op een echt toilet te gaan zitten blijven enkel ikzelf en Jeroen nog over.

Dag 7:
Denis & Jeroen: Caporal, combi van Aquila della Notte (7b) en Diedro Nanchez (6b) waardoor de moeilijkste lengte niet geklommen wordt maar wel heel erg mooie lengtes van Aquila gecombineerd worden met de mooiste van Diedro Nanchez.

Jeroen in de combi van Aquilla della Notte en Diedro Nanchez

Jeroen in de combi van Aquilla della Notte en Diedro Nanchez

Dag 8: We klimmen nog een 40m lange barst, een klassieker genaamd Fessura del Tramonto (niet moeilijk maar wel heel mooi jammen over de hele lijn) nadat we eerst nog een halfuur verkeerd gelopen zijn door koeienvelden en koeienvlaaien. Die dag vertrekken we naar huis en het is al redelijk laat wanneer we door Luxemburg rijden en we besluiten de auto aan de kant te zetten. De dag erop zijn we toch in Luxemburg en maken we nog een kleine detour via het klimgebied Berdorf, waar we ook nog wat klimmen op nuts en friends.

Dat het gebied Valle dell’Orco een dikke aanrader is, daar maak ik geen woorden meer aan vuil. De mooiste multipitches van deze trip vonden wij de combi van Aquila della Notte en Diedro Nanchez en de (ondanks lange aanloop) 6c multipitch genaamd Diritto All’ozio. Ook de 4e lengte van Bertotti-Palmisano, een heerlijke overhangende barst is een pareltje, maar om enkel daarvoor ook de andere 6 lengtes erbij te nemen vonden wij nu ook weer niet zo speciaal.

Al bij al een zeer geslaagde week en hopelijk is dit de voorbode van een jaarlijks terugkerende tradclimbing-meet, eind oktober. Volgend jaar misschien eens naar een andere locatie?

Devils Tower

Tags

, , , ,

Do you feel lucky, punk?

I’m waiting for Clint Eastwood to magically appear from behind one of the old “wild-west-style” houses in the small town of Hulett. It seems like time has stopped here. Funny enough my card gets declined as I try to pay for a well deserved sixpack of Fat Tire. I have to rely on good ol’ paper money.

Where's my cowboy-hat when I need it?

Where’s my cowboy-hat when I need it?

Rather than joining CU Alpine club to go sport climbing, Molly and I decided to go out alone and pay a visit to Devils Tower. It was something I had in the back of my mind for quite a while, and well… it seemed cool to go somewhere just the two of us!

The tower!

The tower!

As the guidebook warned us about tons of climbers on the Uberclassic ‘Durrance’ we decided to leave Thursday night, so we had a calm friday ahead of us. And it worked out perfectly!

Molly on the second pitch of 'Durrance'

Molly on the second pitch of ‘Durrance’

We only met one rope-team after I linked the third, fourth, and fifth pitch (they were all easy and short). To give them some time we decided to chill a bit mid-route, and enjoy the amazing view. A somewhat longer pitch took us to the top of Devils, where we enjoyed the great outdoors in the only righteous way: naked! 

Summit!

Summit!

A nice campfire with some beers made the day complete. What a great place to be!

Comfy by the campfire light

Comfy by the campfire light

The next day we decided to turn the volume up a notch, and take up the quarrel with ‘El matador’. A notorious route, with a – quote the guidebook – ‘mega long stem’ pitch. The short first pitch takes you up into the corner where literally the first thing going through your mind is “What the F? … How?”.

Whut? How?

Whut? How?

After some jamming and looking for footholds here and there I managed to stem my feet on both sides of the vertical corridor.

Starting to get the stemming going

Starting to get the stemming going

I cried like a baby. Squealed like a pig. Growled like a bear.

Up up and away!

Up up and away!

And then my right foot slipped off…

Whoosh! Down I went softly caught by Mr.0.75 and a considerable amount of slack that appeared to be out. The Matador had tamed me.

With no honor left I jammed the rest of the pitch up, only stemming when absolutely necessary. I felt like a hundred year old man arriving at the belay, but I was happy to have climbed the damn thing!

Stem that sh*t!

Stem that sh*t!

Apparently it was quite the ordeal to clean the gear, as it took Molly almost the same time to climb the pitch. I didn’t mind at all! Resting my arms and legs, and taking pictures was all I really cared about.

 

Another dinner by campfire-light made the weekend complete.

It's almost like someone ripped a part out of the sky

It’s almost like someone ripped a part out of the sky

Despite the rather awkward encounter with a ranger the next morning – a story that does not need further notice – we drove home with such satisfaction that we even made a small detour to enjoy on of the countries “most valued” landmarks! Check it out!

Mt. Rushmore - l to r: Washington, Jefferson, Roosevelt, Lincoln.

Mt. Rushmore – l to r: Washington, Jefferson, Roosevelt, Lincoln.

(ps: Mt. Rushmore has an amazing forest full of really cool climbing in the neighborhood! I’d rather have you check out that instead!)

 

In pursuit of dreams

Tags

, , ,

It is actually happening…

So many things go through my mind. As I get pushed into my seat and the plane takes off from the Belgian soil, I take a deep breath and let my mind go over things again.

There were no more working hours for me as a teacher this year, so I only had a part time job at the university left… Should I have looked into a new job in Gent?

I see the houses under me becoming smaller and smaller.

I wanted to move out of Belgium anyway… So no, I would look out for a job abroad. Norway maybe? France? But how would that work out?

Belgian disappears under a blanket of clouds as we fly towards the sun.

Then again, the weirdest thing happened that summer when I was in the US preparing for a trip to the Bugaboos… I fell in love with a girl… In Boulder…

Should I just pursue my dream of climbing for a year and travel around the world with her?

The ‘fasten seatbelt’-sign gets switched off with a loud ping as a flight attendant announces when food and drinks will be served.

I don’t hear what he has to say. I am doing this. I’m giving up my former life to dedicate it a full year to climbing and travelling! And yeah: to being with my girlfriend!

Time to get some climbing done!

Time to get some climbing done!

It’s been a week now, and I slowly start to get used to the lack of worries. It’s really strange how your mind has withdrawals from responsibilities and worries. At first it seemed like I was constantly looking for something or someone to be worried about.

Approaching the black wall - hint: take the trail to the right...

Approaching the black wall – hint: take the trail to the right…

Luckily there is climbing to soothe troubles inside my head.

Still pretty dry up there!

Still pretty dry up there!

 An alpine day-trip with Kurt Ross took us to the Mt. Evans region. Although the 3 hour approach and ‘deproach’ was a bit too much for a route that was still really dry (and a smidge hard for a ‘first-of-the-season’) it was a fun day out in the mountains!
(I’m sorry, but I only have sh*tty phone-pictures, forgot the camera)

Kurt Ross climbing thin ice and slabs

Kurt Ross climbing thin ice and slabs

Last weekend the CU Alpine club organized a trip to Indian Creek. Endless walls of sandstone with perfect cracks to finally learn how to properly “jam them hands and fingers” (or whole body?) in there!

Molly taping up with to get going. Baffling desert scenery in the back.

Molly taping up with to get going. Baffling desert scenery in the back.

Too bad we could only climb for a day and a half, though my hands and forearms do not complain about that (I did not master the technique to the fullest yet so, yes, there are bruises… a whole bunch of them). 

Max getting intimate with the crack

Max getting intimate with the crack

But this is only the beginning! Winter is coming, and a trip North of the wall, in search of Canadian ice, is being planned as we speak. Some backcountry skiing, some sport climbing as a change, alpine cruising in Rocky Mountain National Park, maybe even a trip to Yosemite? Who knows! 

Real climbers don't need cloths!

Real climbers don’t need cloths!

Be sure to keep an eye on the blog, because I’ll definitely try to keep you guys posted with stories and pictures!

All you need is cams and tape

All you need is cams and tape

May the psych be with us all!

 

 

Alaska 2014 Part 3: A slog on North America’s highest peak

Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

The wind is blowing fresh snow in our faces. Layers of ice start to stick on my cheeks and slowly, I begin to lose all feeling in my nose. These are the moments when you really start to wonder what you’re doing up in the central Alaska Range.

140521_ALAS_IMG_1830_LoRes

The rime plastered tent sealing

On the 17th of May we left the Kahiltna airstrip late in the morning. Maxime and I started walking on the low angled Kahiltna Glacier. Within a few hours, we arrived at Ski Hill Camp just in front of the first steeper step. We ate a quick lunch in companion of another Belgian climbing party who, before heading on a 6 months cycle journey, wanted to climb Denali’s West Buttress. While they pitched their tent we moved on. We wanted to make as much progress as possible and came up with the not-so-promising plan to get directly to the 11.000ft camp Now, in the afternoon, it’s a complete whiteout. We don’t know where we are exactly. We just follow the trail that is followed by the thousands of West Buttress Denali climbers. As fresh snow slowly fills the old traces, we just look out for the small bamboo sticks planted into the glacier by previous visitors. We spend a lot of energy pulling our heavy sledges. During the years, I managed to slim my pack down to the lightest and most essential gear, but somehow, thanks to my ever-growing photographical kit, the sledge is once again way too heavy. From time to time we take a small pause. I turn around and Maxime is only slightly visible, as a silhouette disappearing into the mist. I take a deep breath before we continue, wondering why I came back to this place.

Sam searching for the 11.000ft camp

Sam searching for the 11.000ft camp

I’ve been in Alaska before. In May 2010, I teamed up with Joris Van Reeth. We knew each other from Mount Coach, a program founded by KBF, the Belgian Mountaineering Club. Just like the Mountain Academy and Alpine Mentors, Mount Coach trains young climbers to all round alpinists. For me the biggest change in, and influence on my life. Together, we experienced 3 busy years in the Alps, one expedition to Khan Tengri and were ready for what felt like our next step. A technical line on a 6000 meter peak like Denali! In 4 days Joris and I brought all our gear up to the 14.000ft camp from where we did some acclimatization climbs on Denali. Finally we were ready and descended the wickwire ramp to the South side of the mountain. We spent one last night at the base and on the 7th of June 2010, we started climbing up the Japanese Couloir. Simulclimbing the gully we arrived on the first steep wall. Joris climbed over it, ran out his rope and made a belay to switch leads. Without me hanging on the rope, the belay ripped out and Joris landed 60 meters lower headfirst into the rocks. He died immediately. By coincidence, a Japanese climbing party appeared underneath the desolated South face. They climbed up and helped me to bring Joris down. They lost motivation for their own attempt on the Cassin and went back to the airstrip. They asked me if I would join them and walk safely down the crevassed North East Fork. But I didn’t feel comfortable leaving Joris behind. Besides, I was in contact with the Denali Park rangers and they tried to get a helicopter into the range to pick us up. Bad weather came in faster than expected and I had to wait 4 days before the helicopter managed to fly me out. They took a big risk by rescuing me and decided to come back for Joris when the weather cleared. Due to a big fresh layer of snow, we unfortunately never managed to find Joris. He is still resting over there and today there is simply no chance someone will ever find him…

  To keep the story short, I will walk over the fact how it feels to lose a close friend in a climbing accident. Although I experienced loss before, I never stood so close to an accident. Nevertheless I think I can say I hit my biggest low ever and slowly had to find my way back up. The fact that I had 4 lonely days to clear my head before I had my first decent contact is something I would never recommend but was helpful in a way. Later, I wrote some small things, trying to explain my feelings, my thoughts and the way I (re)act. As I like to be completely aware about those inner thoughts and feelings. I still remember me sitting in the helicopter. The late evening sun was enlightening the highest peaks. Although I was absent and I didn’t know what to say to the rangers neither the pilot, there was a inner peace. Now that I was in a safe position, I just wanted to wander around in these mountains. That moment, I already realized backing off on climbing was no option. Soon, from meeting climbing partners, I started rock climbing and got back into skiing, alpinism, expedition climbing and so on. In the summer of 2009, less than a year before the accident with Joris, I lost good friends on the Peruvian mountain Tocllaraju. It was only after my visit to the Cordillera Blanca in 2012, I felt some kind of relief for the first time. More than ever I wanted to go back to Alaska too. Besides I realised that coming back to that place brings me some peace in mind. There is an ever growing curiosity about what and how intense I will feel if I am at the massive South face, the north east fork where Joris is resting, the 14.000 ft. camp where he spent his last 3 weeks or the Cassin ridge itself. It’s like every year around the month of May, my thoughts get drifted to that place.

A look into the Noth East Fork

A look into the Noth East Fork, The Kahiltna peaks and Mt Hunter in the background

Now, 4 years later, I’m finally back at the Kahiltna Basecamp. While our experience grew during the years, our dreams and objectives changed. Needless to say, the Cassin always sticks to my mind. But it slowly changed from a physical test piece into a mental challenge and confrontation. Although I wanted to come back somehow it didn’t feel exciting to come back for only a try on the Cassin Ridge. That’s why Maxime De Groote and I opted to climb the Moonflower Buttress instead. The Cassin Ridge became a back-up plan, in case we had some spare time. After spending only 2 weeks in the range, we managed to climb our hardest route ever: a 4 day round trip on the “not so in condition” Moonflower Buttress. Back in Base-camp we take some days of recovery rest. Maxime suffers from a severe toothache and even the maximum amount of painkillers can’t help anymore. He needs to fly back to Talkeetna to see a dentist.

140507_ALAS_IMG_0549_LoRes

A busy day at KIA (Kahiltna International Airport )

Later that evening I walk into Lisa’s tent to get an update about Maxime and the upcoming weather. Lisa is the one who is running Basecamp. Arranging the flights in and out, helping climbers on their trip, broadcasting weather reports and so on. As she has been doing this for several years, she still remembers the accident of Joris and the young guy who was waiting below the mountain. Gently she asks if it was me back then. We start talking about the accident. “So, then you met the Japanese team?” she asks. Wondering what she means, she points to two tiny down suited men standing before a small tent, melting snow for their tea. It turns out that it is in fact the same climbing party that helped me lower Joris down back then. After 4 years they decided to reattempt the Cassin ridge. As I never managed to get in contact with them I am more than happy to finally talk with them. It turns out I even visited their small hometown in Japan two years ago on a skiing trip.

Neko Yanagiyama

The Japanese party, Nagahara Takatomo and Nagahara Rieko

2 days after he flew off, Maxime arrives back into the range. As he knows he can always please me with food, he brought a liter of cold coke and a pizza. It takes roughly half an hour to fly over to the Kahiltna airstrip so the pizza is cold too. But I’m more than happy to exchange a cold pizza for all the sweets and freezed food we had since we arrived. We take the rest of the day to rearrange our bags. The next morning we are on our way to the 11.000ft camp on the Kahiltna Glacier.

Pizza

Pizza

By now, late in the afternoon, fresh snow cleared all the traces, we can’t find the 11.000ft camp and the whiteout makes it impossible to navigate to the exact location. We get tired, loose the motivation to walk on and decide to pitch our tent just next to the path on the glacier. As we zip open our tent in the morning, we finally get a view on the environment. 11.000ft is only 2 hours ahead of us.

Cold and snowy conditions

Cold and snowy conditions

Our stop 2 hours from 11ft.

Our stop 2 hours from 11ft.

Arriving at the 11.000 ft. camp, the wind picks up again and starts to blow clouds into the valley. The weather update in the evening doesn’t sound promising. It’s clear that we have to stay for at least another day in this camp and on the downside there is not even a small 2 day good weather window looming at the end of the forecast. Another hauling day finally brings us up to the crowdy 14.000th camp. Since we topped out on Mt Hunter a week ago we thought to be better acclimatized but nevertheless we are glad that we’re finally done pulling those sledges.

Goal Zero, charging battery's while hauling our equipment to 14.000ft

Our Goal Zero, charging battery’s while hauling our equipment up the Motorcycle Hill to 14.000ft

Finally at 14.000ft

Finally at 14.000ft

As we knew in advance, from here on we have only a week for further acclimatization and climbing the Cassin Ridge. Call us naïve, but we’re just hoping for the right window at the right time. We go for a small talk at the ranger camp and run into Dave Weber and Mark Westman. Both guys have a long history as ranger and climber in the range. As we tell them that we want to go up for some acclimatization, they remind us about some changes in the National Park mountain rules. Climbing on the crowded West Buttress, not only do we need to bring plastic shitbags up to 17k ft, we also need to bring a CMC (clean mountain can). There are no crevasses to throw away poopbags so from this year on, it’s no longer allowed to go to the toilet up there without bringing your poop back down. Not too thrilled to drag this 10-liter bucket on the mountain. We’re only partially joking and suggest to use our reactor stove as CMC. Unfortunately they don’t want to make an exception, so we change our plans and decide to climb the West Rib, as the CMC rules don’t apply on this less crowded route. The cold, one of the downsides about climbing Denali, makes every morning really hard. Especially with all this bad weather and the unpromising outlook. I wake up, staring to the rime plastered tent sealing and I only think about leaving theses mountains as fast as possible. It just seems so useless, pushing forward knowing there is only a slight change to attempt the Cassin. We stay in our tent and wait till the sun shines over the mountain. While the temperature rises so goes my motivation and for the rest of the day time flies. Spending several hours melting snow and cooking till early evening the sun disappears again. 140519_ALAS_IMG_3979_LoRes

The cold base camp live

The cold 14.000ft base camp live

The weather reports don’t give any sign on a perfect weather window but we don’t have the time to wait for it. One day around noon, as soon as the clouds clear, we gear up and walk to the base of the west rib cut off. It is easy climbing but at this altitude we feel our hearts pounding in our chest. Early evening we find ourselves high on the mountain. Beneath us, a thick layer of clouds is coming up. Like small islands only the higher ridges and mountains squeeze themselves through it. We reach a platform around 17.000ft, the so-called balcony camp where we pitch our tent for the night.

On our way to the West Rib Cutt off

On our way to the West Rib Cutt off

140521_ALAS_IMG_1844_LoRes

The higher West Rib

The Balcony camp on the West Rib

The Balcony camp on the West Rib

Maxime feels a slight headache as he gets into our single wall bivy shelter. We brew up some soup to hydrate. While digging into my backpack, searching for our freeze-dried meals, I soon discover I forgot the spoon. This doesn’t seem to bother Maxime as he quickly discovers a candela to use as a spoon. While the sun sets, the colors show the range at its best but the wind is again picking up. The last weather report tells us that the wind will drop the next morning. Hopefully the forecast is right, as we’re eager to move on. Our Supertopo guidebook warns us that this is a bad place to be in a storm. We take everything we can possibly store in our tent and afraid that my shoes will fly off the mountains, I even strap them to the tent. 140521_ALAS_IMG_1850_LoRes

Dinnertime

Dinnertime

While the tent fly smashes into our faces, I can’t fall asleep. Maxime and I don’t say a word but I know he ‘s awake to as he reacts to every movement or sigh I make. When it’s early morning, the wind drops and we finally manage to get some hours of sleep. We wake up, still tired, pack our bags and try to heat up with some warm tea. As it is still cold and just standing won’t help we quickly start to our climb over the easy terrain on the upper west rib. The ridge blocks the sun that is coming up in the east so Maxime suggests moving over to the rib itself. As we reach the ridge, we quickly discover this is no good option either. Despite the heat of the sun we receive the wind in full effect. Within 15 minutes we lose the feeling in our hands and feet. A simple look at each other is all it takes. There is no point in trying to reach the summit.

Time to turn back on our attempt

Time to turn around

We start to climb down in the direction of the Orient Express couloir and follow this snow couloir to the lower glacier and walk back to the 14.000ft camp. As we reach the camp, the sky is clearing and we get that nervous feeling. Wondering if we were just lame and went down too soon? Later that day, we discovered that all the climbing party’s on the West Buttress made the same decision. We reached an altitude of 18.000ft and know that if we take a day or two rest, we’re ready to get a try on the Cassin. Our days on the mountain are almost over so the only thing we need and are hoping for is a change in the weather. The next day, when we intercept a new weather forecast, we know it’s over. There is no break in this weather pattern, at least not to get a try on an engaged route like the Cassin Ridge. Frustrated that we spent a lot of energy on nothing, we quickly decide to back to the warm summer weather of Talkeetna.

The fast way down, ty two sledges together

The fast way down the Kahiltna glacier

Our plane back to Talkeetna

Our plane back to Talkeetna

Back at the Kahiltna Airstrip we are waiting for our plane to fly out. We’re sitting on the glacier, in what later turns out the last perfect day for a longer time. Eventually, if we were fast enough, we probably could climb the Cassin in a long day. But we didn’t feel comfortable trying such a route with unstable weather. Looking on the mountains around us, the massive moonflower buttress. It was our best trip ever and I’m sure I will come back to this place…

This expedition was possible thanks to: Read our previous articles:

Go Big in Alaska! Mt Hunter, Moonflower Buttress.

Alaska 2014 Part 1: Southwestfork acclimatization climb

Alaska 2014 Part 2: The Moonflower Buttress, Mt Hunter

Maxime and Yannick

Maxime and Sam back in Talkeetna

Changing minds : Pakistan into Greenland. Getting to the wall in Tasermiut.(first part)

Tags

, , , , ,

Het Karakorum gebergte,…..een droom voor elke klimmer die op zoek is naar grote granieten wanden, sneeuw en ijs. Al lang spookte het idee door men hoofd om ernaar toe te gaan en begin dit jaar besluiten Siebe Vanhee en ik om een ticket te kopen en aan de voorbereidingen te beginnen. Al snel kunnen we David Leduc overtuigen om mee te gaan en even later sluit diens Colombiaanse klimmaat Jairo Bogota nog bij ons aan.

Our initial K7 plan

Our initial K7 plan

Aanvankelijk baarde de politieke situatie ons weinig  zorgen, ok Pakistan is een gevaarlijk land en sinds de aanslag vorig jaar op het Nanga Parbat basecamp is de schrik om in de handen te komen van gewapende militanten bij veel klimmers toegekomen. Maar we zoeken veel op, doen navraag bij klimmers die al veel in Pakistan geweest zijn en daaruit is 1 ding duidelijk. Charakusa is relatief veilig vanwege zijn geïsoleerde ligging en de vele militaire posten die je door moet.

Half juni breken er plots weer onrusten los, een aanslag op de luchthaven van Karachi. Op zich baart dat ons weinig zorgen want wij vliegen op Islamabad en dat is er wel een eind vandaan. Wat ons wel zorgen baart zijn de rebellen die plots weer actief dreigen te worden in de streek rond Gilgit Baltistan,  waar wij naartoe gaan. Pffff…. Is het nog wel veilig? Pakken we niet te veel risico? Twijfels slaan toe en onze gedachten switchen heel de tijd. Wel gaan, niet gaan, wel gaan, niet gaan…. Een vermoeiende periode met redelijk wat stress, zeker omdat je nog veel geregeld moet krijgen en niet zeker weet of je wel zal kunnen gaan.

Niet veel later krijgen we nog een mail van FOD buitenlandse zaken die ons echt afraden om te gaan en ons bang maken met aanslagen, kidnappings,… Ook zal België geen losgeld betalen in geval van ontvoering.  Op zich is het normaal dat zij een reis naar Pakistan afraden,  en ze doen dat voor elk land met conflicten waarschijnlijk. Die mail kunnen we nog negeren, maar het zijn vooral familie en vrienden die zich vragen beginnen te stellen.

Soms donkere gedachten, dan weer optimistisch en positief. Het gaat nog een week hevig te keer in onze hoofden voor we uiteindelijk beslissen om niet te gaan.  Op een expeditie moet je vertrekken met een leeg hoofd en positieve gedachten, alleen op die manier kan je volgens mij je doel verwezenlijken.  Het was een moeilijke maar correcte beslissing, voor onszelf, maar vooral naar familie en vrienden toe. David neemt de beslissing om deze zomer nog in de alpen te blijven en voor Jairo is het ook te moeilijk om nog van plannen te veranderen.

Maar daar sta je dan plots met zen tweetjes. Alles geregeld, sponsoring bij elkaar gesprokkeld en eigenlijk gewoon klaar om op het vliegtuig te stappen. Maar het grote doel dat je 2 weken ervoor nog had is plots weg ! Het lijkt of al die weken planning ervoor allemaal voor niets zijn geweest. Het doet te veel pijn om gewoon thuis te blijven. Al snel beginnen we naar nieuwe gemakkelijk te plannen mogelijkheden te zoeken. Groenland ! goedkope vliegtuigtickets, geen permits, geen visa. Nog geen week na we beslist hebben om niet naar Pakistan te gaan hebben we al een nieuw doel. Het voelt goed om terug iets te hebben waarvoor je kan gaan.  Om het alles wat extra pit te geven besluiten we om 2 opblaasbare kajaks te kopen om ons zo te kunnen verplaatsen. Op aanraden van  enkele specialisten rijden we naar de grootste kanoshop in de Benelux. “Welke kajak is geschikt om en ons en 200kg klimmateriaal en eten te kunnen dragen?” vraag ik met een lichte twijfeling aan de verkoper. Hij fronst zijn wenkbrauwen ! wat  volgt zijn enkele uren testen, meten, gewichten afwegen. Een vlot verkooppaartje van Siebe zorgt ervoor dat we tegen het eind van de namiddag buiten stappen met 2 -2persoonskayaks. De sevylor Colorado ! Een simpele stevige boot ontworpen om zwaarlijvige amerikanen  over de rustige wateren van de Colorado rivier te laten varen. Ideaal voor ons, tezamen met een hoop eten en klimgerief goed voor 200kg.

Ulamertosruaq !

Ulamertosruaq !

Half juli arriveren we in Narsarsuaq. Omdat we 2 dagen moeten wachten op een boot die ons naar Nanortalik brengt lijkt het ons een goed plan om onze nieuwe marchandise al eens te testen. Het is een hilarisch moment als we plots vertrokken zijn om het 5km brede fjord vol met ijsbergen over te steken.  Zowel Siebe als ik zijn stevig onder de indruk ! het varen naast gigantische ijsbergen en de mogelijkheid dat er elk moment een walvis uit het water kan komen geeft een machtig en tegelijk heel spannend gevoel. Als we die avond onze tent opzetten en kunnen genieten van vers gevangen vis en mosselen kunnen we bijna niet geloven in wat voor een prachtige plek we zijn belandt. Zoals te lezen is op de flyers van het toerist  office : Greenland what a wonderfull place !

Typical Greenland house

Typical Greenland house

enjoying what Greenland has to offer : fish and mussels !

enjoying what Greenland has to offer : fish and mussels !

excitement !

excitement !

There's no better place to test a kayak

There’s no better place to test a kayak

Arctic Char !

Arctic Char !

In Nanortalik beseffen we dat het transport naar de plek van waaruit wij met de kano’s willen vertrekken nogal duur zal uitdraaien, en de kliminfo die we gehoopt hadden in het toerist office te vinden is ook nogal bekrompen, daarenboven hebben we een gigantische kater omdat enkele locals de dag voordien maar niet konden stoppen met trakteren. Plots is alles veel minder rooskleurig dan gehoopt.

Na wat rondvraag in het dorp stuit ik op 3 Noorse Zeilers die met hun boot een trip door Groenland maken. Jackpot ! De dag nadien zijn we al met hen onderweg naar Tasermiut fjord, Al was dit niet het aanvankelijke plan. Maar soms moet je kansen die op je afkomen gewoon grijpen. Het komt hard aan als we na 2 dagen luxueus varen plots gedropt worden in klosterdalen. Daar staan we dan met 200kg materiaal, terug aangewezen op onszelf en op  de hopelijk betrouwbare sevylor collorado.C'est parti !

C’est parti !

DCIM100GOPROIMG_0235

Markus, the captain !

Markus, the captain !

the sweets artic cruiser

the sweets artic cruiser

Dagelijkse hygiëne !

Dagelijkse hygiëne !

We maken een depot in de klosterdalen vallei en de volgende dag onderwerpen we onze kajaks aan hun eerste echt test : een 5km lange tocht op de wateren van de tasermiut fjod  tot onderaan de impressionante wanden van ulamertorsuaq en nalumertorsuaq. Daar zetten we ons basiskamp op en vervoegen we een team van, 4 luxemburgers en 2 duitsers.  We moeten dikwijls lachen met de Luxemburgers als ze weer eens in hun donkere grot zitten te wachten. Het lijkt erop dat deze 4 kerels van middelbare leeftijd eerder op een” ik wil weg van men vrouw trip” zijn dan een klimexpeditie. Het weer is schitterend en de temperatuur is ver boven onze verwachtingen. De dag erop lopen we richting nalumertorsuaq zonder topo of enige andere informatie. De wand ziet er stijl uit en in het midden loopt een logische lijn. Van  ver kunnen we niet echt zeggen hoe hoog de wand is dus we nemen alles mee om enkele dagen op de wand te kunnen verblijven. Portaledges, haulbags, water. Hoe dichter we naderen hoe meer het erop lijkt dat we de lijn die we op het oog hebben wel in 1 dag kunnen doen. Dus al snel laten we bivakmateriaal en portaledge halverwege. Na 5 lengte in de wand lijkt ook de haulbag een overbodige luxe. Back to Fast en light ! Heerlijk ! De ene handjam na de andere wisselt elkaar af en ongeveer halfweg is ons vel door de scherpe graniet al helemaal opengereten.

stilte na de storm

stilte na de storm

splitter time !

splitter time !

Nalumertorsuaq

Nalumertorsuaq

Maar wat een rotskwaliteit ! als de zon lager aan de horizon komt te staan denken we er bijna te zijn…Tot ik Siebe ineens hoor brullen 30 meter boven mij . Dan is duidelijk dat de crux nog moet komen. En wat voor één ! “handjam corner into full-body turnaround finger splitter” lijkt mij de beste manier om deze 5.12b passage te omschrijven. 2 eenvoudigere lengtes later is onze eerste top binnen via the Britisch route(VI 5.12+ 19 pitches, 600m). Raaccckkkkk!!!!  De dag nadien verschiet ik even als Siebe met aankijkt en blijkt dat 1 oog 5 keer dikker is dan het andere. We leggen dit unieke moment vast op foto en daarna dalen kwasimodo en ik verder af richting BC
IMG_0393IMG_0408

the crux pitch

the crux pitch

Jahhhhh!!!!!

Jahhhhh!!!!!

Siebe "Big Eye"Vanhee

Siebe “Big Eye” Vanhee

In het basiskamp doen we ons zo goed als elke dag te goed aan verse vis en mosselen.  Als je iets leest over Groenland gaat het meestal over Tasermiut fjord. Het is zowat  het meeste ontwikkelde en gemakkelijkste te bereiken gebied van heel zuid Groenland. Vele expedities hebben van Nalu en ulmertosrsuaq  een soort van Yosemite gemaakt. De relais bestaan meestal uit 2 haken, wat zowel  zekeren, haulen als rapellen safe en gemakkelijk maakt. Het avontuur waar wij voor kwamen gaat zo een beetje verloren, maar bon het toeval wil dat we gratis tot hier konden liften met de zeilboot en dit is een perfecte plek om al de big-wall technieken nog eens op de frissen.

ulalala !

ulalala !

Slabby start

Slabby start

Via de Luxemburgers vernemen we dat War en Poetry (VI 5.12c 31 pitches, 1000m) naast moby dick één van de beste vrijklimroutes is op de 1200m hoge wand van ulamertorsuaq, met veel offwidth’s …interessant ! Op het daleuze begin van War en poetry wordt onze nieuwe haulbag stevig opengereten. Het is leuk klimmen op knobs, flakes en andere soms bizarre feautures. Na 15 lengtes zetten we ons portaledge kamp op en genieten van onze vriesdroogmaaltijd met een fantastisch zicht op de fjord en de immense ijskap. Siebe is “the wall live” duidelijk nog niet verleerd, voor mij is het nog wat wennen en men eerste “shit off the wall” verloopt een pak minder gracieus als eerst gehoopt.

a l'attack !

a l’attack !

IMG_0512IMG_0446IMG_0527

Siebe shows me how it's done : the perfect sunset shit !

Siebe shows me how it’s done : the perfect sunset shit !

Een 7a+ en 7b+ zorgen voor een goede opwarming de dag nadien en we komen op het punt war de poetry overgaat in WAR. De barsten openen zich : offwidth size voor zover we kunnen zien. Zalig om nog eens goed te squeezen te brullen en te kreunen. We hebben alles mee om enkele dagen op de wand te kunnen blijven en na de 2 prachtige fingersplitter cruxlengtes op het einde van dag 2 zetten we ons 2de kamp op. En wat voor één !  Wat een leegte onder ons. Op z’on momenten besef je waarom je al die moeite doet om lengte na lengte dat dik vet varken van een haulbag omhoog te trekken. Windstil, 15 graden en geen wolkje aan de lucht. Waw dit is echt genieten ! Met nog 5 lengtes te gaan de dag erop laten we de haulbag achterwege.  Tegen de middag zijn we op de top van ulamertorsuaq, hebben we alle lengtes vrijgeklommen en is de 2de top in de sacoche.

second bivy

second bivy

War !

War !

Siebe enjoying himself

Siebe enjoying himself

Perfect 7b splitter

Perfect 7b splitter

IMG_0556IMG_0553

What to ask more for a last pitch....50m handjams

What to ask more for a last pitch….50m handjams

yaaaahhhh!!!!!

yaaaahhhh!!!!!

Zoals gepland verlaten we 3 dagen later het basiskamp en beginnen we aan luik 2 van de expeditie. De grote oversteek ! Daarover binnenkort meer.

Zonder hulp van sponsors was deze trip niet mogelijk geweest.
Dank aan : Petzl, North Face, Millet, care plus, Trek n’eat, Klean Kanteen, K2, Avventura, Five Ten, Julbo, Brunton, Kbf, kayakshop Arjan Bloem en Bvkb.

naamloos

 

 

 

 

 

 

 

Zweten in Thailand en blauwe tenen in de alpen

Tags

, , , , ,

Dat we (Jasper en Aurélie) ooit eens naar Thailand zouden gaan stond al lang vast. Maar deze zomer bleken de tickets goedkoop waardoor de keuze snel gemaakt was. Het oorspronkelijke plan was 1 á 2 weken klimmen en dan nog wat cultuur opsnuiven. Met 2 rugzakken, eentje met klimgerief en één met de andere spullen vertrokken we richting Phuket. Dat het regenseizoen was werd ons de eeste dag direct duidelijk. De regen viel er een volledige dag non-stop uit de lucht. Op zo dagen is er dan ook niets anders te doen dan door te reizen naar de klimgebieden. Na een tussenstop in Koh Phi Phi kwame we aan op railay beach. Een schiereiland met zowel aan de kust als landinwaarts rotswanden. Ook het bekende Tonsai ligt op dit schiereiland.


Tonsai wall vanaf Pranang beachTonsai wall vanaf Pranang beach

Dat we (Jasper en Aurélie) ooit eens naar Thailand zouden gaan stond al lang vast. Maar deze zomer bleken de tickets goedkoop waardoor de keuze snel gemaakt was. Het oorspronkelijke plan was 1 á 2 weken klimmen en dan nog wat cultuur opsnuiven. Met 2 rugzakken, eentje met klimgerief en één met de andere spullen vertrokken we richting Phuket. Dat het regenseizoen was werd ons de eeste dag direct duidelijk. De regen viel er een volledige dag non-stop uit de lucht. Op zo dagen is er dan ook niets anders te doen dan door te reizen naar de klimgebieden. Na een tussenstop in Koh Phi Phi kwame we aan op railay beach. Een schiereiland met zowel aan de kust als landinwaarts rotswanden. Ook het bekende Tonsai ligt op dit schiereiland.  FOTO: Tonsai wall vanaf Pranang beach FOTO: Wat is er beter om aan de klimsteil gewoon te worden dan wat te boulderen?  Het klimmen bij een minimum temperatuur van 30 graden blijkt er heel afwisselend te zijn. Je vindt er rechte muren, extreme overhangen, regletten en druipstenen. Na een dagje boulderen was het tijd voor de langere routes. Al snel merk je dat niet alle haken even stevig zijn. De klassieke plaquettes die overal terug te vinden zijn in de alpen blijken het hier maar 6 maanden uit te houden. Na een jaar blijft er niet meer dan en roestig spoor over. Van de grote massa klimmers, die waarschijnlijk enkel in het droog seizoen komen, was geen spoor te bespeuren. De rust aan de massieven in combinatie met het heerlijke eten en prachtige stranden maakt van deze plek een waar paradijs. Al werd dit even onderuit gehaald door een voedsevergiftiging. Maar meer dan een dagje ziekenhuis en een week diarree was het ook niet.  Voor Deep water soloing was de zee jammer genoeg niet rustig genoeg. Maar daarvoor keren we nog wel eens terug! FOTO: de dagelijke zonsondergang vanop Railay West FOTO: Klimmen in de jungle  FOTO: Aurélie waagt de overstap op One-two-three FOTO: Technisch klimmen op Escher wall FOTO: Opletten voor wespenesten en arrogante apen in Diamond Cave.  FOTO: Alles onder het toeziend oog van de beste klimmers van de streek! 2 weken later was het tijd om nog eens naar de alpen af te reizen. Ik zou er een 2tal weken met Jonas (MC3) beklimmingen proberen te realiseren. Maar zoals alom bekend zat het weer deze zomer niet echt mee. Na een acclimatietocht naar Grand Cornier vanaf Lac de Moiry in mooi weer sloegen de voorspellingen wat om. Enkele dagen gaan klimmen aan de grimselpas leek ons dan ook een mooi tussendoortje. In de gietende regen kwamen we aan in Gutannen. De volgende dag zouden we fair hands line klimmen. Een klassieker die al vanaf de eerste lengte niet zo eenvoudig leek als de topo aangeeft. Het opnieuw wennen aan moeilijk af te zekeren dalpassen zal hier misschien ook iets mee te makn hebben. Naarmate de lengtes volgen gaat het ook steeds vlotter en vlotter. Na de lange afdaling langs de trappen van de lift klommen we nog een korte route aan de ander kant van de vallei.  FOTO: Jonas op de graat van Grand Cornier.  FOTO: Jonas in één van de laatste lengtes van fair hands line FOTO: Ondanks het liften mochten we niet mee… De 2de dag vertrokken we vrij laat, opstaan lukt nog steeds niet zo goed, in de richting van Eldorado. Dit is een massieve rotswand op zo een 2u wandelen van de stuwdam. Iets voor 12u begonnen we te klimmen in Möterhead. De dalpassen blijken hier ook zeer sportief afgezekerd te zijn. De eerste lengtes gaan vlot tot in een dulferpas mijn rug opnieuw veel pijn begint te doen. Enkele lengtes verder kan ik bijna niet meer over mn schouder kijken. Rapellen lijkt de juiste beslissing en net voor de eerste regen staan we terug aan de auto.  FOTO: Jasper in de fijne vingerbarst van de 3de lengte van Möterhead.  Na nog een overschreiding van de la sage – pleureur en la luette in Wallis voelden we ons fit om eindelijk terug in te stijgen naar de leschaux-hut. De condities van de Croz-pijler op de noordwand van Grandes Jorasses bleken goed te zijn. Toen we echter in de gietende regen en ijzige wind aan de hut kwamen, werd deze beklimming ons echter afgeraden. Het zou de volgende dag goed weer zijn, maar ’s nachts opnieuw sneeuwen en de volgende dag kans op onweer. Bovendien zou de afdaling naar de boccalatte-hut levensgevaarlijk worden door het lawinegevaar. De overstap naar Petit Macintyre was vlug gemaakt. De route loopt links van de linceuil en volgt eerst een goulotte langs de rotswand. Halverwege stapt ze over naar een goulotte meer links waar het ook wat steiler wordt. Omdat slaap belangrijk is staan we een uur later dan gepland op. Zowel de instijg als het eerste deel van de route gaan vlot. Door de vele sneeuw moest alles gespoord worden, wat in de mist niet altijd eenvoudig was. Het eerste deel bleek vooral fysiek zwaar. Het 2de deel bleek uit goed ijs te bestaan waardoor we goed snelheid konden maken. Dit was ook nodig. Rond 10u komt de zon op de rotwand net naast de route en komt er conitu spindrift, ijspegels en rotsen naar beneden. 15 abalakovs later staan we terug aan de voet. Tijdens de verdere afdaling werden we opneiuw getrakteerd op hevige regenbuien en een ijzige wind. Tegen 10u ’s avonds staan we terug in Chamonix. Allezins een mooie afsluiter van de zomer!

Wat is er beter om aan de steil de wennen dan wat te boulderen?

Het klimmen bij een minimum temperatuur van 30 graden blijkt er heel afwisselend te zijn. Je vindt er rechte muren, extreme overhangen, regletten en druipstenen. Na een dagje boulderen was het tijd voor de langere routes. Al snel merk je dat niet alle haken even stevig zijn. De klassieke plaquettes die overal terug te vinden zijn in de alpen blijken het hier maar 6 maanden uit te houden. Na een jaar blijft er niet meer dan en roestig spoor over. Van de grote massa klimmers, die waarschijnlijk enkel in het droog seizoen komen, was geen spoor te bespeuren. De rust aan de massieven in combinatie met het heerlijke eten en prachtige stranden maakt van deze plek een waar paradijs. Al werd dit even onderuit gehaald door een voedsevergiftiging. Maar meer dan een dagje ziekenhuis en een week diarree was het ook niet.
Voor Deep water soloing was de zee jammer genoeg niet rustig genoeg. Maar daarvoor keren we nog wel eens terug!


DSC_4430de dagelijke zonsondergang vanop Railay West


DSC_4536Klimmen in de jungle


P1000672Aurélie waagt de overstap op One-two-three

P1000692
Technisch klimmen op Escher wall

P1000734Opletten voor wespenesten en arrogante apen in Diamond Cave.

DSC_4516 Alles onder het toeziend oog van de beste klimmers van de streek!

2 weken later was het tijd om nog eens naar de alpen af te reizen. Ik zou er een 2tal weken met Jonas (MC3) beklimmingen proberen te realiseren. Maar zoals alom bekend zat het weer deze zomer niet echt mee. Na een acclimatietocht naar Grand Cornier vanaf Lac de Moiry in mooi weer sloegen de voorspellingen wat om. Enkele dagen gaan klimmen aan de grimselpas leek ons dan ook een mooi tussendoortje. In de gietende regen kwamen we aan in Gutannen. De volgende dag zouden we fair hands line klimmen. Een klassieker die al vanaf de eerste lengte niet zo eenvoudig leek als de topo aangeeft. Het opnieuw wennen aan moeilijk af te zekeren dalpassen zal hier misschien ook iets mee te makn hebben. Naarmate de lengtes volgen gaat het ook steeds vlotter en vlotter. Na de lange afdaling langs de trappen van de lift klommen we nog een korte route aan de ander kant van de vallei.

P1000785 Jonas op de graat van Grand Cornier.

P1000797 Jonas in één van de laatste lengtes van fair hands line

P1000800Ondanks het liften mochten we niet mee…

De 2de dag vertrokken we vrij laat, opstaan lukt nog steeds niet zo goed, in de richting van Eldorado. Dit is een massieve rotswand op zo een 2u wandelen van de stuwdam. Iets voor 12u begonnen we te klimmen in Möterhead. De dalpassen blijken hier ook zeer sportief afgezekerd te zijn. De eerste lengtes gaan vlot tot in een dulferpas mijn rug opnieuw veel pijn begint te doen. Enkele lengtes verder kan ik bijna niet meer over mn schouder kijken. Rapellen lijkt de juiste beslissing en net voor de eerste regen staan we terug aan de auto.

P1000807 Jasper in de fijne vingerbarst van de 3de lengte van Möterhead.

Na nog een overschreiding van de la sage – pleureur en la luette in Wallis voelden we ons fit om eindelijk terug in te stijgen naar de leschaux-hut. De condities van de Croz-pijler op de noordwand van Grandes Jorasses bleken goed te zijn. Toen we echter in de gietende regen en ijzige wind aan de hut kwamen, werd deze beklimming ons echter afgeraden. Het zou de volgende dag goed weer zijn, maar ’s nachts opnieuw sneeuwen en de volgende dag kans op onweer. Bovendien zou de afdaling naar de boccalatte-hut levensgevaarlijk worden door het lawinegevaar. De overstap naar Petit Macintyre was vlug gemaakt. De route loopt links van de linceuil en volgt eerst een goulotte langs de rotswand. Halverwege stapt ze over naar een goulotte meer links waar het ook wat steiler wordt. Omdat slaap belangrijk is staan we een uur later dan gepland op. Zowel de instijg als het eerste deel van de route gaan vlot. Door de vele sneeuw moest alles gespoord worden, wat in de mist niet altijd eenvoudig was. Het eerste deel bleek vooral fysiek zwaar. Het 2de deel bleek uit goed ijs te bestaan waardoor we goed snelheid konden maken. Dit was ook nodig. Rond 10u komt de zon op de rotwand net naast de route en komt er conitu spindrift, ijspegels en rotsen naar beneden. 15 abalakovs later staan we terug aan de voet. Tijdens de verdere afdaling werden we opneiuw getrakteerd op hevige regenbuien en een ijzige wind. Tegen 10u ’s avonds staan we terug in Chamonix. Alleszins een mooie afsluiter van de zomer!

P1000851Jonas met op de achtergrond Le Pleureur

 

P1000871Jonas halverwege de eerste goulotte in Petit Macintyre

P1000868Prachtige zonsopgang boven petites Jorasses

P1100077Jasper bij de overstap naar de linkse goulotte

P1100081Jasper in de voorlaatste lengte.

Met dank aan K2 en Julbo!

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 900 andere volgers